Geschiedenis

Het geheim uit het verleden 8

Het geheim uit het verleden

Deel 8: De verlossing

door R. v.d. Sterren

. . .Terwijl ik nog wat at en dronk stelde ik hem nog een paar vragen, maar veel kwam ik niet meer te weten. Na het eten bekeek ik de staf eens goed.
Het was een gouden staf met op de kop een soort stempel in de vorm van een draak. Ik keek weer naar de man, maar hij zat doodstil in zijn stoel en staarde in het niets. Ik wilde hem nog wat vragen over de staf toen ik bemerkte dat ik daar geen antwoord meer op zou krijgen; want hij was dood. . .
Ik stond op en doorzocht het vertrek, maar kon niets vreemds vinden, of iets dat mij verder kon helpen.
Weer keek ik naar de staf en op dat moment schoot mij iets te binnen dat de prinses op het schip mij verteld had. Toen leek het niet belangrijk, maar nu leek het mij dat ik inderdaad op het goede spoor was. Of geschiedde alles slechts door toeval en geluk?
“Pas op voor het gouden beeld…” had zij mij namelijk gezegd. Was ik dan toch op het eiland van de prinses gespoeld of was ik heel ergens anders?
Na wat besluiteloos rondgekeken te hebben ging ik terug naar de trap. Er waren verscheidene plateaus die de trap in stukken deelden. Toen ik naar boven ging had ik er eigenlijk niet op gelet, maar ik kon geen deuren zien. Ik ging daarom maar naar beneden. Op het eerstvolgende plateau bleef ik staan en bekeek de wand. Eerst zag ik niets bijzonders, maar toen ik de wand wat beter onderzocht vond ik ongeveer 50 cm boven de vloer een kleine tekening van een draak.
Ik pakte de staf en concludeerde dat de twee afbeeldingen hetzelfde waren. Ik hield het stempel tegen de draak en op hetzelfde moment schoof een deel van de wand, ongeveer 1 meter hoog en 1 meter breed, opzij. Ik deed snel een stap opzij maar er gebeurde niets. Ik bukte om door de opening te kijken.
Voor mij was een ruimte zichtbaar van 4 bij 4 meter. Alle wanden waren met goud bekleed. Er stond een bureau met daarvoor een stoel met een hele hoge leuning. Verder stond er een kast en tegen de oostelijke wand stond een kleine tafel.
Er was geen levende ziel in de ruimte te bekennen. Ik kroop de ruimte binnen en liep voorzichtig naar het bureau. Toen ik vlak bij de stoel was sprong ik er direct voor, maar hij was leeg. Op het bureau lag niets, maar het had drie laden naast elkaar met daarop weer die draken-tekens. Ik drukte de staf tegen het teken op de linker lade en deze schoof als vanzelf open. In de la lagen een perkamentrol en een gouden ganzeveer. Ik pakte de perkamentrol en hield deze in mijn hand. Ik wilde hem wel openrollen, maar deed het toch niet; als dit inderdaad het eiland van de prinses was dan zou dit wel eens de rol des doods kunnen zijn. Ik maakte op dezelfde manier ook de andere laden open.
In de laatste lade vond ik een kaart. Ik legde hem op het bureau en bestudeerde hem nauwkeurig. Ik zag dat het de kaart van dit eiland was; de open plek in het bos en de waterval stonden er op, en er waren ook 12 plaatsen aangegeven. Er liep een weg van noord naar zuid, maar er liep geen weg naar de open plek. Dat vond ik zeer vreemd, want ik was vanaf de waterval over een weg door het bos gekomen. Op de kaart stond ook niets aangegeven op de open plek. Ik vouwde de kaart weer op en stak hem bij mij. Nu liep ik naar de kast waarvan de deur op een kier stond. Even deed ik verschrikt een stap terug, maar er gebeurde niets. Behoedzaam liep ik verder en voorzichtig opende ik de kast helemaal. Maar mijn angst was voor niets want de kast was leeg.
Het viel mij op dat de ruimte goed verlicht was, ondanks dat er geen ramen in de muren waren en er geen fakkels of olielampen hingen. Maar ik maakte mij er niet echt druk om. Na de ruimte grondig onderzocht te hebben wilde ik haar weer door het gat in de muur verlaten, maar tot mijn schrik was de opening weer gesloten. Daar stond ik dan!
Ik werd nu woedend on begon de gehele ruimte te verbouwen. Toen ik de kast gesloopt had vond ik erachter een trap die naar beneden leidde. Ook het trapgat was verlicht zonder dat er een lamp te bekennen was. Nu begon ik mij toch af te vragen hoe dat kon. Maar daar kon ik kort of lang over nadenken. Ik kwam er toch niet uit. Dus ging ik maar naar beneden, dan deed ik tenminste nog iets. Ik had een meter of drie afgelegd toen de trap eindigde voor een muur van goud. Direct begon ik naar een tekening van de draak te zoeken maar ik vond er geen. Ik gaf een woeste trap tegen de muur en tot mijn verbazing schoof deze opzij. Ik keek een ruimte binnen van ongeveer 4 bij 4 meter. Daar stond een keurig opgemaakt bed, een kast, een tafel en een stoel. “Toch vreemd” dacht ik “er ligt nergens stof”. Die man woonde hier al 40 lentes, was nog nooit in deze ruimte geweest en toch lag er nergens stof. Alles zag er puntgaaf uit.
Op de tafel stonden een kan en een grote schaal en er hing een handdoek over de leuning van de stoel. Ik liep naar de tafel en keek in de kan. Daar bleek water in te zitten, dat helemaal niet muf of vies rook. Ik liep naar de kast en maakte haar open. Daarin lagen linnengoed, lakens en handdoeken, maar verder niets bijzonders. In de wand, waar ik de trap vermoede die ik opgegaan was, zocht ik naar een deur, maar ik vond alleen een tekening van een draak.
Ik drukte de staf ertegen en ook hier schoof een deur open. Toen ik door de deur gegaan was schoof hij achter mij weer dicht. Ik stond weer in het trapgat en zag dat ik nu een verdieping lager was, Tegenover mij zag ik weer de tekening van de draak. Met de staf maakte ik de deur open. Nu kwam ik in een ruimte die volgens mij een zit-ruimte was. Er stonden 3 makkelijke stoelen met in het midden een kleine tafel en tegen de westelijke muur stond een lage kast. Op de kast stonden verschillende beeldjes en vazen. Ook deze ruimte was op dezelfde geheimzinnige manier verlicht. Ik liep naar de kast en onderzocht haar.
In een van de vakken lagen zes perkamentrollen, een stel boeken en kaarten en wat mooie voorwerpen die ik niet kende. Wat mij wel opviel was dat er één onder een glazen stolp zat: het was een ronde schijf met daarop een kleinere schijf, waarop twee pennetjes stonden. Ik schonk er verder geen aandacht aan en ging in een van de stoelen zitten met de perkamentrollen op mijn schoot. Twee ervan kon ik niet thuis brengen. Zij waren lichtgroen van kleur en met rode letters beschreven in een taal die ik niet kende.
En andere rol trok speciaal mijn aandacht. Daarop stond de naam TOELIKA van GRIC: de naam van de prinses! Verder stond erop dat het haar stamboom was. Ik rolde het perkament open en zag dat het inderdaad een stamboom was, maar er ontbrak een stuk. En dat was het stuk dat terugging naar zo’n 100 jaar geleden. Er bleek een stuk van 50 à 60 jaar weg te zijn, dus de stamboom moest minstens 150 oud zijn. De andere rol leek mij een brief, maar ik kon hem niet lezen. De derde rol was leeg, en de vierde rol was een tekening van de draak. Ik had nog steeds een rol bij mij. Ik rolde haar open en het bleek het ontbrekende stuk stamboom te zijn. Maar er stonden geheel andere namen op: Niet die van GRIC, maar TOELAKAN. Mijn nieuwsgierigheid was nu gewekt. Ik maakte de eerste groene rol open. Op hetzelfde moment klonk er een vreemde stem door de ruimte: “Gij hebt het gewaagd om mij te wekken. Zijt gij met goede of kwade bedoelingen gekomen? In het laatste geval zult gij zeker sterven, maar als ge met goede bedoelingen komt, luister dan naar wat ik zeg: Toelakan was de eerste koning van dit eiland, zo’n 100 jaar geleden is hij gedood door een tovenaar die GRIO heette. Het heeft vele jaren geduurd voor ik de tovenaar LATALA GRIO kon verdrijven van dit eiland, en mij kon wreken op GRIO.
Ik moest 100 jaar wachten tot koning GRIO de doos des doods openmaakte. De doos des doods staat in de staart van de draak. Lees nu de andere rol en ge weet wat ge te doen staat, als ge tenminste van goede zinne zijt.”
De stem zweeg nu. Ik maakte de andere rol open en opnieuw hoorde ik de stem: “Neem de doos en gooi hem van de waterval.” Dat was alles. Ik legde de rollen neer en liep naar de trap. Ik bleef verbaasd staan, want alle deuren in de draak stonden wijd open en een groene pijl wees de weg naar beneden.
Ik volgde de pijl en liep door verschillende ruimtes, tot ik in een kleine ruimte kwam met daarin een zwarte tafel met erop een rode doos. Opnieuw klonk de stem: “Maak de doos niet open; neem de doos gesloten mee en werp hem van de waterval. Maar pas op voor het kwaad. Want als ge niet van goede zinne zijt gij sterven.”
Ik nam de dood en ging de draak uit. Toen ik buiten kwam stond er een hele horde krokodilmensen mij met pijlen en bogen op te wachten. Ze schoten niet. Ik liep het pad weer op naar de waterval en de horde kwam achter mij aan. Ik besefte dat als ik verkeerd gehandeld had, ik nu al dood geweest zou zijn. Dus ging ik verder tot ik bij de waterval kwam. De krokodilmensen bleven bij de rand van het bos staan en spanden hun bogen. Ik keek vanuit mijn positie de omgeving eens rond en zag aan de andere kant van het beeld de mensen staan die ik bij het beeld gezien had.
Ik tilde de doos boven mijn hoofd en smeet hem naar beneden. Toen hij in de waterval terecht kwam klapte hij met een enorme knul uiteen en een vreemd groen licht verspreidde zich. Het water siste en spatte alle kanten op.
Toen se knal weggestorven was en het licht gedoofd was stonden er op de plaats van de krokodilmensen normale mensen zonder bogen. In hun midden stond een man in een koninklijk gewaad en hij wenkte mij dat ik naar beneden moest komen. Toen ik naar beneden liep begonnen de mensen te juichen en te roepen “Leve de koning van Toelakan.” Ik kon nog net in de verte op zee een schip zien dat in het vreemde groene licht uit de doos gehuld was.
Het zonk langzaam nar de bodem van de zee. De mensen zagen dit schouwspel ook en begonnen nog harder te juichen. Toen ik beneden was zonken alle mensen op hun knieën neer en de koning kuste mijn voeten en zei dat ik alles kon krijgen wat ik wilde. Ik zei dat ik alleen maar terug naar huis wilde. Hij beloofde dat dat zou geschieden. Maar ik moest wel blijven totdat het feest voorbij was. Zo bleef ik nog een geruime tijd op het eiland, maar nam toen toch afscheid van de bevolking en de koning. Alleen de staf nam ik mee als aandenken aan mij wonderbaarlijke avonturen op zoek naar het geheim uit het verleden.

EINDE

mysterieus cirkelvormig voorwerp

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *