Avonturijnse wetenswaardigheden: de kolenbrander

De komende weken worden Avonturijnse wetenswaardigheden opnieuw gepubliceerd. In 1986 en 1987 werden er meerdere korte artikelen geschreven over uiteenlopende onderwerpen die in Avonturië voorkomen. Ze geven wat meer informatie over een term die in avonturen voorkomen maar waar je eigenlijk niet het fijne van wist. Ook al is er nu Wikipedia , waar je alles kunt vinden over gelijk welk onderwerp, het is leuk om het ook hier te kunnen lezen.

De teksten zijn integraal overgenomen, op een paar kleinigheidjes na, samen met de tekeningen.

De kolenbrander

Misschien is er niemand die weet wat een kolenbrander is? Hier volgt een beschrijving van een kolenbrander: Een kolenbrander heeft niets met kolen te maken maar met hout. De kolenbrander maakt namelijk houtskool. En vraagt u zich misschien af hoe?

De kolenbrander krijgt van de houthakker het hout, en dat hout wordt op een bepaalde manier opgestapeld, namelijk op deze manier.

Tot dat het een stapel van wel 3 meter hoog wordt. Dan worden er balkjes omheen gezet, een aantal rijen dik en daarna aarde. Zo de stapel is klaar. Nu wordt er in het midden vuur gegooid en gaat het deksel erbovenop, er worden boven in de heuvel luchtgaten gemaakt. Als het een tijde heeft liggen smeulen dan maken ze de luchtgaten wat lager. Dat is omdat de heuvel steeds een beetje inzakt. Als het hout is opgesmeuld, dat duurt zo’n 2 á 3 weken, dan wordt de aarde en de plaggen weggehaald, en blijft er houtskool over. Nu degene die dat doet heet een kolenbrander.

uit de Morgenster Nr. 5 september 1986

6 gedachten over “Avonturijnse wetenswaardigheden: de kolenbrander

  • 5 mei 2021 om 11:36
    Permalink

    De juiste term zou Houtskoolbrander moeten zijn, maar ik begrijp dat dit artiken uit de eerste nederlandse vertaling komt, en daar was van alles mis mee, voornamelijk te wijten aan overentoesiasme en een slecht werkende redactie. Als er nu nog bij zou staan dat de Houtkolenbrander een geschikt beroep is voor een avonturier zou dat een meerwaarde geven aan dit oude artikel.

    Beantwoorden
    • 5 mei 2021 om 12:17
      Permalink

      Ook al heb je gelijk dat er heel wat mis was met de vertalingscapaciteiten van de redacties bij de eerste boeken, de term is toch echt “Kolenbrander”, al meer dan 500 jaar zelfs, al schreven mensen het in de beginjaren net iets anders: “colenberner”.
      Zie: https://gtb.ivdnt.org/iWDB/search?actie=article&wdb=WNT&id=M034651
      Vink bovenaan de pagina ook het vakje achter ‘Toon ook: citaten’, krijg je mooie zinnen waar dit woord in wordt gebruikt.

      De artikelen zijn precies dat, de oude teksten hier nog een keer gepubliceerd en met de mogelijkheid om er nieuwe informatie aan toe te voegen, hier in de reacties. Ik nodig je dan ook uit om ons te vertellen waarom het een geschikt beroep is voor een avonturier (of was dit ironisch bedoelt?)

      Beantwoorden
  • 5 mei 2021 om 17:30
    Permalink

    Sorry voor de betweterigheid, ik erken in jouw mijn meerdere waar het de Nederlandse taal betreft maar de term Houtskoolbrander heb ik ook vaak gehoord. Het zal wel iets vlaams zijn, zeker.
    Houtskoolbrander is een beroep in WFRP, en nog een leuk beroep op de koop toe met enkele nuttige vaardigheden om te overleven in de natuur. Het dichtst dat OdM hierbij komt is de avonturier, misschien met een voorwaarde van MO 11+, maar toch…

    Beantwoorden
  • 6 mei 2021 om 09:17
    Permalink

    Hoi,
    Wat leuk dat je de ẅetenswaardigheden van Rinus hier heruitgeeft.
    Vooral omdat hij daar nogal wat werk instak (er was niet iets prachtigs als Internet, en al zijn kennis haalde hij uit encyclopedieen en zelfs trips naar de Bibliotheek om zijn artikel te schrijven).
    Rinus was überhaupt een fenomeen, mede oprichter van het blad “De Morgenster” en bijna fanatisch bezig om het blad aan de man te brengen op diversen meetings. Waar het blad uiteindelijk ‘haar’ bekendheid aan te danken had.

    Voor Rodlofo, de term Kolenbrander komt uit één der avonturen. Ik dacht de tweede.

    en gezien Rinus dit artikel maakte en zijn kennis nu niet van universitaire hoogte was, en hij dit zo uit als omschreven verzamelde heeft hij het dus ook zo gevonden in de geschiften die hij tot zich had, en zal de benaming Kolenbrander dus ook werkelijk gebruikt zijn.
    Het ging meer om de achtergrond informatie en ik geloof dat zowel Cor als Rinus hier (zeker in latere edities van Avonturijnse Wetenswaardigheden) er best veel op na sloegen om het getrouw over te brengen… Blijf leuk om het terug te lezen, vooral omdat ik dan ook weer het achtergrondverhaal ken dat de aanleiding was tot dit soort artikelen…
    Dat verders terzijde… vooral leuk omdat juist hier Rinus, toch de man die elke maand trouw naar de copiërcentrale ging en zoveel werk voor wat de Morgenster heten deed, onbedoeld maar terecht even in een zonnetje komt, waar voor dank Frank

    Beantwoorden
  • 6 mei 2021 om 21:03
    Permalink

    Online kan ik de volgende omschrijving vinden op http://www.beroepenvantoen.nl/.

    Een leuke site waar verschillende oude en uitgestorven beroepen worden beschreven.
    Ik denk dat het zeker meerwaarde heeft als je je held naast held ook een ambacht laat hebben.
    Kolenbrander is een interessante voor een ieder die een (in principe niet jagende) bosbewoner wilt spelen en geen zin heeft om de cliché houthakker te zijn.

    Kolenbrander, koolbrander, koolberner, coolberner

    De kolenbrander vervaardigt houtskool. De kolenbranderij is mogelijk afkomstig uit Westfalen, althans de naam meiler voor een kolenbrandersmijt is uit dat gebied afkomstig. Het was een vak apart om de grote houtstapels model op te stapelen. Het richten van het hout moest met grote nauwkeurigheid gebeuren. Zo moest een schoorsteen overblijven voor de afvoer van de gassen. De hele houtstapel werd bekleed met een dikke laag plaggen, waarop een laag zand. Behalve de schoorsteen was nog een aantal gaten nodig in deze deklaag. Schoorsteen plus trekgaten moesten zorgen voor de juiste trek. Het hout mag niet branden of smeulen. Het eigenlijke ‘smoorproces’ duurde zo’n drie weken, waarna nog een afkoelingsperiode van enkele weken volgde.

    Naast kool verkregen uit houtskool werden ook turf en de harde zwarte schillen van cocosnoten (klapperdoppen) als grondstof gebruikt. De laatste soort zou zeer geschikt zijn voor goudsmeden.
    Kool uit het hout van de vuilboom zou zeer geschikt zijn voor de vervaardiging van buskruit.
    Voor het tekenen met houtskool gebruikte men kolen van linde- of wilgenhout.

    Beantwoorden

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *